Meerwerk en schriftelijke overeenstemming

Gepubliceerd op: 11-10-2015

Een aanspraak van de aannemer op vergoeding van meerwerk kan de opdrachtgever onaangenaam verrassen. Om de opdrachtgever daartegen te beschermen bepaalt art. 7:755 BW, dat de aannemer alleen recht heeft op een verhoging van de aanneemsom, als hij de opdrachtgever tijdig heeft gewezen op de noodzaak van de prijsverhoging die voortvloeit uit het meerwerk.

Hierop geldt een belangrijke uitzondering. Als de opdrachtgever de noodzaak van de verhoging uit zichzelf had moeten begrijpen, is hij toch verplicht het meerwerk te vergoeden. De opdrachtgever staat een ander, effectiever middel ter beschikking om zich te wapenen tegen onverwachte meerwerkclaims: een contractueel beding dat schriftelijke overeenstemming vereist voor het ontstaan van een aanspraak op vergoeding van meerwerk.

Hof Arnhem-Leeuwarden 29 september 2015

Een recente uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden bewijst het nut van een dergelijk contractueel beding. De zaak ging over de aanleg van een tuin. In de toepasselijke algemene voorwaarden was onder meer het volgende beding opgenomen:

“Meer- en minderwerk zullen, onverminderd de verplichting tot betaling van de hoofdsom, van te voren worden geoffreerd en na akkoord worden uitgevoerd.”

Het hof leest hierin dat schriftelijke overeenstemming noodzakelijk is over eventueel meerwerk. Zonder schriftelijke overeenstemming kan de aannemer volgens het hof geen aanspraak maken op vergoeding van meerwerk. Het beding in de algemene voorwaarden bood de opdrachtgever daardoor meer bescherming dan het in de inleiding genoemde art. 7:755 BW, aldus het hof. De aannemer was er niet in geslaagd aan te tonen dat schriftelijke overeenstemming over het meerwerk was bereikt. Zijn aanspraak op vergoeding van meerwerk werd alleen daarom al afgewezen, behoudens het deel dat door de opdrachtgever in de procedure was erkend.

Tip voor opdrachtgevers

De opdrachtgever die verweer voert tegen een aanspraak van de aannemer op vergoeding van meerwerk, kan alleen een beroep doen op het ontbreken van schriftelijke overeenstemming, als het vereiste van schriftelijke overeenstemming vooraf is overeengekomen. Voor de opdrachtgever is het raadzaam dit beding op te nemen in een aannemingsovereenkomst die zowel door hemzelf als de aannemer is ondertekend.

Daarnaast is het van groot belang bij de uitvoering van de aannemingsovereenkomst strikt de hand te houden aan het beding. Als de opdrachtgever ondanks het vereiste van schriftelijke overeenstemming de aannemer in de praktijk toch mondeling meerwerk opdraagt en dit ook betaalt, dan loopt hij het risico zich achteraf niet meer te kunnen beroepen op het ontbreken van schriftelijke overeenstemming, ook niet voor ander meerwerk.

Tip voor aannemers

Als schriftelijke overeenstemming noodzakelijk is om aanspraak te kunnen maken op vergoeding van meerwerk, is het raadzaam niet eerder meerwerk uit te voeren, voordat de opdrachtgever zijn handtekening heeft gezet onder een offerte voor het meerwerk.

 

Arthur van Heeswijck is zelfstandig advocaat en gespecialiseerd in aanbestedingsrecht en bouwrecht. Door te adviseren en procederen helpt hij overheden, bedrijven en particulieren problemen bij aanbestedingen en bouwprojecten te voorkomen en zo nodig op te lossen. Daarnaast is Arthur van Heeswijck als docent verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen en publiceert hij in vakbladen en tijdschriften. Ga voor meer informatie naar www.vhadvocaat.nl.